De wens om drie familie-generaties onder één dak samen te brengen maakt het noodzakelijk om de bestaande woning uit te breiden. Vanwege de geldende stedenbouwkundige voorschriften kan hiervoor alleen aan de zuidzijde voldoende oppervlak worden gerealiseerd. Een centrale rol hierbij speelt de vraag hoe de uitbreiding dient te reageren op het bestaande bouwvolume. Dat bestaat uit een hoofdbeuk, waarin zich de belangrijkste leefruimtes bevinden, en een zijvleugel, waarin de garages zijn ondergebracht. Als bouwmassa sluit de nieuwbouw aan op het bestaande woonhuis. De opzet van hoofdbeuk en zijvleugel wordt gecompleteerd met een tweede vleugel. Die neemt een aantal karakteristieken over van het bestaande huis zoals de vooruitspringende gevellijn, de dakoverstek en de dakhellingen. In ruimte-opbouw en materialisering staat de nieuwbouw echter volledig op zichzelf. De geometrie van het volume is doorgezet in de constructie en de binnenruimten waardoor er een sterk samenhangend geheel ontstaat.